Op de eerste zondag van januari vierden we in de liturgie de Openbaring van de Heer, beter gekend als Driekoningen. Op deze christelijke feestdag herdenkt men dat drie wijzen uit het oosten een opgaande ster zagen en daarop de koning der Joden gingen zoeken. Zo kwamen ze in Bethlehem en vonden daar Jezus, de pasgeboren koning der Joden.
De drie wijzen kregen namen: Caspar, Melchior en Balthasar en ze offerden goud, wierook en mirre.
Tijdens de viering in de basiliek van Hanswijk hadden de drie wijzen ook hun ster gevolgd en vonden het kind Jezus in de kerststal. Ze boden het hun rijkelijke geschenken aan en tijdens de viering brachten ze ook de offergaven van brood en wijn aan.
Voorganger Koen Vanhoutte verwees in zijn homilie naar de betekenis van deze dag van de ‘Openbaring’: de geboorte van Jezus werd hier wereldwijd verkondigd, want de ‘wijzen uit het oosten’ vertegenwoordigen de verschillende continenten. In de figuur van Caspar zag hij de vertegenwoordiging van de vele medewerkers van Afrikaanse en andere origine in onze kerken.
Dit bezoek van de Driekoningen werd heel positief onthaald. Na de viering bezochten ze nogmaals de stal.


